Ik ben boos, echt boos. Ik wil dit gewoon niet meer, dus ben ik weggelopen. Het is 20:00 en mijn ouders zijn aan het bowlen. Ik moet hier zo snel mogelijk weg. Ik ben bang, bang dat mijn vader iets ergers doet. De tranen springen in mijn ogen, ik begin te rennen, er gaat maar 1 gedachte door mijn hoofd. Weg, weg, weg, weg, weg. Ik ben zo bang en ren harder dan ik eigenlijk kan, maar ik weet geen andere oplossing. Shit, ik ren richting de bowlingbaan, dat maakt me alleen nog maar banger. Ik raak in paniek en heb geen overzicht waar ik nou heen. Ik hoor nog waas een auto toeteren maar het boeit me niet, ik moet weg! weg, weg, weg, weg.
Ik ben voor mijn gevoel al de hele nacht aan het rennen, ik weet niet waarheen. Ik kan niet meer, ik moet stoppen, maar het kan niet. Ik moet verder, stoppen is opgeven, en opgeven is zwak. Ik ben niet zwak, ik moet door, ik moet weg, nu.
Hij is kwaad, met een mes in zijn hand staat hij tegenover me. Ik ben doodsbang. De tranen springen in mijn ogen, maar ik hou ze tegen. Ik kan nu niet gaan huilen, ik moet sterk blijven, ik moet niet bang zijn, bang zijn is opgeven. Mijn vader mag niet merken dat ik bang ben, maar hij merkt het blijkbaar wel. Alle ogen zijn op mij gericht, mijn moeder en broer staan er ook maar een beetje bij. Die staan ook stijf van angst, maar dat is logisch als er iemand met een mes staat. Ik ren weg maar mijn moeder trekt me terug en sleept me naar mijn kamer. Ik doe zo snel als ik kan de deur op slot en ga op mijn bed liggen. Ik hou van mijn familie maar ik kan er niet meer tegen! Als pap en mam gaan bowlen en Bram met zijn vriend gaat skaten loop ik weg.
Ik ga dood, ik kan echt niet meer, ik moet stoppen, ik geef op, ik kan het niet meer, dan ben ik maar zwak. Ik lig hier nu, op een onbekende plek, ergens in het bos. Ik weet niet wat ik moet doen, ik ben nog steeds een beetje overstuur.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten