woensdag 2 april 2014

Always by my side #1

AMSTERDAM - Er zijn duizenden euro's gestolen bij de ING in Amsterdam. Precieze aantallen worden niet vrijgegeven door de politie. Er zijn geen doden gevallen, maar wel tientallen gewonden. De meesten niet zo heel erg, maar 1 zwaargewonde vrouw. Ze wordt nog onderzocht. Daders zijn nog niet bekend.
"Overval ING Amsterdam" luidt de kop van het artikel. Mijn moeder was die vrouw, die zwaargewonde vrouw. Ik hoorde dat ze niet meewerkte, en toen in elkaar is geslagen. Ik weet niet hoe het met haar gaat. Ze ligt nu in het ziekenhuis, maar mag nog geen bezoek hebben. Ik zit met mijn vader, die doodsbleek is, in de wachtkamer. Ik ben bang. Ik wilde eerst wat gaan lezen, maar het lukt niet, de letters dringen niet tot me door, het lijken net vreemde tekens. Zou ze doodgaan? Zou ze nooit meer tegen me praten? Was dit het dan? NEE! Het kan niet. Ik wil het niet. Ik probeerde gedachte dat ze doodgaat uit mijn hoofd te zetten, maar het lukt niet. Ik vraag het me steeds weer af, die ene vraag spookt steeds weer door mijn hoofd. Ik begin zachtjes te huilen. Een hand op mijn rug doet me opschrikken uit mijn gedachten. Ik kijk op en zie dat het mijn vader is. "We mogen" zegt hij zacht. Het zijn weinig woorden, maar die 2 woorden zeggen genoeg. Ik zie in mijn vaders ogen dat ook hij moeite heeft om niet te huilen. Ik sta op en loop achter mijn vader aan. Vlak voor de deur sta ik plotseling stil. Ik weet niet waarom, het gebeurt gewoon. Na een paar minuten daar te hebben gestaan besef ik dat mijn vader al naar binnen is gelopen. Ik doe trillend mijn hand omhoog en doe zachtjes de deur open. Ik blijf 1 seconde in de deuropening staan en schrik een beetje van het aanzicht van mama. Ik schrik, maar het geeft me een veilig gevoel dat ik nu weet hoe het met mama is. Ik ga naast haar bed liggen en leg mijn hand op de hare. Haar hand is nog warm, ze is niet dood. En ze mag niet dood. Ik kan niet verder leven zonder haar. De tranen beginnen weer te lopen, ik kan er niks aan doen. Toch is er nog een sprankje hoop voor me, ze leeft nog. Het geeft me toch een veilig gevoel. Zo zit ik daar een tijdje. Dan hoor ik een vertouwde stem. De stem van mijn moeder. Mijn hart maakt een sprongetje, er komt een brede glimlach op mijn gezicht. "Bram...." hoor ik nogmaals zacht. Er komen tranen van geluk in mijn ogen. Ze zei mijn naam. 
Het lijkt even alsof we met z'n tweeën in de kamer zijn en een heel gesprek voeren. In werkelijkheid zeggen we niks tegen elkaar, maar toch begrijpen we elkaar. Soms zijn daar gewoon geen woorden voor nodig. Dan verbreekt de stem van een zuster de stilte. ze zegt dat mama doodgaat. "Maar ze zei net mijn naam! Ik weet het zeker!" protesteer ik, waarop ze antwoordt dat het gewoon mijn verbeelding was en dat ik dat gewoon zou willen. "Soms wil je iets zo graag dat je er zelf in gaat geloven. Het spijt me jongen." zegt ze ook nog. "Wil je nog iets tegen haar zeggen als afscheid?" vervolgt ze rustig. Ik wil zo veel zeggen maar het enige wat ik kan zeggen is "Mama, ik hou van je"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten